Living in The Netherlands

Learning Dutch: Nursery rhymes

Versjes (Nursery rhymes)

Alle eendjes zwemmen in het water
Falderalderiere, falderalderare
Alle eendjes zwemmen in het water
Falderalderalderalderaderaldera.
eendjes = little ducks, zwemmen = to swim

Eén twee drie vier
Hoedje van, hoedje van
Eén twee drie vier
Hoedje van papier.
Als dat hoedje dan niet past
Zetten we 't in de glazenkast
Eén twee drie vier
Hoedje van papier.

hoedje = little hat


past = fits
zetten = put, glazenkast = glass cabinet

Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet
's Zondags gaat zij naar de kerk
Met een boek vol zilverwerk
Altijd is Kortjakje ziek
Midden in de week maar 's zondags niet.
altijd = always, ziek = ill
midden in de week = in the middle of the week
's zondags = on Sundays
zilverwerk = silver plate

Poesje mauw
Kom eens gauw
Ik heb lekkere melk voor jou
En voor mij
Rijstebrij
O, wat heerlijk smullen wij.
poesje = little cat, mauw is the sound a cat makes
kom eens gauw = come quickly
lekkere = tasty

rijstebrij = rice porridge
heerlijk = delicious(ly), smullen = feast (upon sth)

Slaap, kindje, slaap
Daar buiten loopt een schaap
Een schaap met witte voetjes
Die drinkt zijn melk zo zoetjes
Slaap, kindje, slaap
Daar buiten loopt een schaap.
slaap = sleep, kindje = little child
buiten = outside, schaap = sheep
witte voetjes = little white feet
zoetjes = sweet(ly)


Home

Tourist attractions
Money matters
Learning Dutch
Living in The Netherlands
Inburgeringsexamen
Book section

Sitemap
Guestbook