Gedichten van geboorte en dood

Arnold Nachtegael Klemens: Zerkschrift voor het begaafde jongsken Michiel Baelde

vorige volgende

Zerkschrift voor het begaafde jongsken Michiel Baelde, den jongen eenige zoone

Dit onverbidlijk grafgesteent
bedekt het jeugdige gebeent
van den volgeestigen Michiel,
wiens geest en leest elkeen beviel.
Toen 't vuur van zijn vernuft begon
te flikkren, scheen het, of de zon
van zijne rijkbegaafde jeugd,
al vroeg verliefd op d'edle deugd,
met roem zijn vaderlijken stam
('t sieraad van 't bloeiend Rotterdam)
zou zetten in zijn volle kracht,
tot eeuwige eer van zijn geslacht.
Maar och! maar och! die edle hoop
werd haast gestuit in haren loop.
Een ongevallig ogenblik
wierp dat natuurjuweel in 't slik,
en heeft der oudren vreugd en lust
ontijdig, met zijn dood, geblust!
 
Hoe dikwijls heeft zijn edle geest,
geschoeid op een verheven leest,
hun ziel verkwikt, juist als 't gebloemt
waar 't geurig Engedy op roemt,
wanneer de zon, van haar karos,
het leven schenkt aan berg en bos,
daar 't orgel van het schelle woud,
op lofzang zoet, zijn roem op bouwt.
Had hem Natuur, te broos van aard,
zo geestig, zo volmaakt gebaard;
opdat hij ieder, met bescheid,
zou trekken door zijn geestigheid?
Hoe schoon! hoe schoon is dan zijn stand
altans in 't eeuwig vaderland!





Home

Gedichten van geboorte en dood
Tien gedichten van H. Marsman
Zoo ik iets ben, ben ik een Hagenaar

Sitemap
Gastenboek