Gedichten van geboorte en dood

A.A. Koopman: Na het overlijden van onze lieve Nella

vorige volgende

Na het overlijden van onze lieve Nella

Daar ligt het stoflijk overschot, onz' Nella is niet meer.
God, die de Schepper is van ziel en lichaam beide,
Hij heeft het aardsche deel van 't Hemelsche gescheiden.
Het stof daalt in de aard' haar ziel is bij den Heer!
 
Slechts twee en dertig jaar mogt zij op aarde toeven,
En, mogt haar henengaan ons allen ook bedroeven,
Toch gunnen we haar de rust, dien zij bij God geniet,
Daar deze arme aard slechts smart en tranen biedt!
 
Wij, zouden anders doen, wij lieten jongren leven
Wij lieten eerst de alleroudsten sneven,
Wij plukten niet de roos, die nog te bloeien stond,
Wij velden de ouden stam, wien niets aan d'aarde bond.
 
Maar ach! wij weten niets, wij nietig' stervelingen.
Ons voegt niet anders dan Gods grootheid te bezingen.
Al wat de Heere doet, is altijd "wel" gedaan,
Al staan ook Zijne daân ons menigmaal niet aan.
 
Hij heeft haar nu bekleed, o, niet met aardsche kleed'ren,
O, neen! in een gewaad, gansch rein en onbesmet,
Ze wandelt in Gods hof nu tusschen palm en ceed'ren
Een onverwelkbre Kroon is haar op 't hoofd gezet!
 
Och! treuren wij dan niet, slechts stof gaan wij begraven,
Het nietig aardsche stof, dat óók uit d' aarde kwam,
Haar ziel is nu bij Hem, dus, in "behouden haven".
Ze zit thans mede aan, aan 't Bruiloftsfeest, mèt 't Lam!
 
Och! hoede God ons maar voor 't zondig murmureeren.
Vergeefs is 't pogen toch, Zijn Hand ooit af te keeren,
Zijn wegen toch zijn wijs, wat ons dus 't leven biede,
Ons harte zegge steeds: Uw wil, o Heer, geschiede!





Home

Volgt met ons de Blauwe Vaan: Gedichten van Adrianus Arnoldus Koopman
Gedichten van geboorte en dood
Tien gedichten van H. Marsman
Zoo ik iets ben, ben ik een Hagenaar

Sitemap
Gastenboek