Gedichten van geboorte en dood

G. van der Linde: Bij de geboorte van een kind

vorige volgende

Bij de geboorte van een kind

Welkom, welkom op deze aard,
dierbre gift der Godheid waard,
wichtjen, door Haar hand geschapen!
Zacht nog moogt ge in 't wiegje slapen;
eenmaal wordt ge zorg ten buit:
Lievling! dan is 't rusten uit.
 
Onschuldvol en rein van zin,
treedt ge uw aardsche loopbaan in;
rampen zullen u ook drukken:
Rozen, die we op aarde plukken,
hebben doornen aan haar steel;
doornen, wichtjen! zijn er veel.
 
No nog wordt ge om strijd gestreeld,
't wiegeliedjen wordt gekweeld,
om u zacht in slaap te maken;
eenmaal doet de zorg u waken,
eenmaal lacht geen vriendlijk oog
u de natte wangen droog!
 
Nu nog zoekt ge aan moeders borst
lafenis slechts voor uw dorst,
onbewust van tegenspoeden;
eenmaal zal het onheil woeden;
eenmaal zoekt ge aan 't moederhart
lafenis voor boezemsmart!
 
Wichtjen! neem op 's levens zee
eéne gezellin dan meê;
laat door haar uw kieltjen leiden,
laat geen storm u van haar scheiden;
ze is getrouw in nood en vreugd,
ze is een Godstelg, 'k meen - de Deugd!
 
Als haar krans uw schedel siert,
nimmer dort, maar welig tiert,
onder smart en vreugd u heilig:
O, dan staan uw schreden veilig,
en de zielrust, die u ze gaf,
is uw deel tot aan het graf.



Home

Gedichten van geboorte en dood
Tien gedichten van H. Marsman
Zoo ik iets ben, ben ik een Hagenaar

Sitemap
Gastenboek